Welkom op de 'En verder' pagina
van Ronald van de
Peppel
Eindelijk is het zover.
Er is een nieuw boek verschenen
.
Het heet:
"Parels in de Wind van de Tijd"
25 Soefi en andere verhalen,
verteld door Ronald van de
Peppel
Als je dit wilt ontvangen,
maak je gewoon € 15,00 over op rek. nr. 737 62 82
130 65
met vermelding van "Parels in de Wind van de
Tijd"
Let er op dat je naam en adres er op vermeld
staan !
Dan stuur ik 'm je toe met de
post.
* * *
2009
Ik hoop dat je het inzicht en de kracht en de wijsheid hebt om:
te leven in het besef van je dood
en het feit dat alle anderen om je heen ook sterfelijk zijn;
dat je dus niets over kan doen en alles altijd blijft bestaan
in het effekt dat het heeft op de wereld om je heen.
Besef dat elke ontmoeting zin heeft,
in de bevestiging of ontkenning van je waarde
en in de uitwisseling van leef-wijze.
Vergeet niet dat niets bedoeld is om te duren,
de vergankelijkheid van veel zaken,
maakt ze tevens waardevol
en elk moment uniek.
Je lichaam dient je heel je leven,
verzorg het beter dan je auto, beter dan je huis,
dan heb je veel meer plezier van.
Wees gerust met je ego, het mag er zijn.
Laat je waarde bevestigd worden door je daden,
laat je ego zo nu en dan blinken
en beschouw tegelijk jouw zoektocht naar liefde en erkenning,
met een knipoog.
Geef je falen dezelfde aandacht als je slagen,
zie dat verdriet en pijn erbij horen,
net zoals vreugde en plezier
en realiseer je tenslotte dat alles afhangt van het perspectief,
wat nu zo belangrijk lijkt,
is tien jaar later weer vergeten,
zie dat het omgekeerde ook altijd waar is,
wat lang is voor de mier, is kort voor de koe.
***
In deze tijd worden ons een veelheid aan systemen aangeboden om de wereld naar onze hand te zetten. Wij kunnen welvaart en gezondheid creëren en anderen genezen en andere fantastische dingen doen door bij de juiste club te gaan shoppen; er wordt de gedachte gesuggereerd dat je door de juiste instelling te kweken min of meer almachtig wordt, waarbij lichtjes over het feit wordt heengestapt dat ons inzicht in het grote geheel uiterst beperkt is.
Nu vind ik het zeer belangrijk om daar een aantal kanttekeningen bij te maken.
Om te beginnen krijgen wij steeds meer het idee gepresenteerd, dat het de bedoeling is dat wij als een stralend blauw licht door het leven gaan en als dat niet zo is, wij iets mis doen, dat we nog niet genoeg geëvolueerd zijn. Maar laten wij vooral niet vergeten dat pijn en ongemak een normaal onderdeel van het bestaan zijn; wanneer je in het licht wandelt, volgt je schaduw je overal. Sterker nog: wij zijn gebouwd om met een vrij grote hoeveelheid drama en trauma om te gaan, als zinnig deel van onze ontwikkeling en tot een groter begrip van alle levensfasen. Zoals elke boomkweker weet, krijg je de sterkste bomen wanneer je ze zonder stok laat opgroeien, omdat zij sterk worden van de wind, waar zij zich tegen weren.
Het leven is een yin-yang bestaan: half wit en half zwart. Dat is best veel zwart en daar kunnen wij prima tegen, het hoort er zelfs bij, het maakt het leven een uitdaging en waardevol. Nu en niet pas wanneer alles "in orde" is.
Maar de illusie van wel-doen is nog veel gevaarlijker.
Om te beginnen weet niemand wat goed voor hem of haar is. Wij weten wel wat aangenaam of lekker is, dat is niet zo moeilijk. Maar om te kunnen weten wat je nodig hebt, is het noodzakelijk om je volledige karmische geschiedenis te kunnen overzien, al jouw lichamelijke en geestelijke behoeften daaruit de destilleren en daarna de beste volgende stap te beslissen. Als je er even over nadenkt, zie je gelijk dat ons begrip daarvoor te klein is. Het is al moeilijk genoeg om een kamerplant te verzorgen.
Dus wanneer je dan denkt, dat je door je gedachten te richten op iets, dat je toe zal vallen (en ja, natuurlijk hebben onze gedachten een enorme invloed op de wereld om ons heen, dat staat buiten discussie), bedenk dan heel goed wat je aan het doen bent, want misschien lukt jouw herschikking van dat deeltje van het universum wel, maar wat is het gevolg? Met goede bedoelingen kan je bijvoorbeeld iemand tegenkomen met een zeer pijnlijke knie. (Of je hebt zelf last van je knie.) Nu heb je een aantal trucs onder de knie gekregen en je slaagt erin om die knie volledig te genezen. (Jij bent prima geëvolueerd, je ziet jezelf misschien wel als een "nieuw" mens, die in een hogere trilling leeft.) Maar wat gebeurt er nu? Die persoon sterft aan een hartaanval. Tot nu toe had zijn knie hem verhinderd om hard te gaan lopen, maar in de vreugde van de gerepareerde knie, is hij gaan joggen en sterft vroegtijdig. Sterker nog, door zijn knie moest hij veel zitten en schreef hij hartverscheurende diep tragische verhalen, die miljoenen mensen inspireerden en ze de kracht gaven om ondanks hun pijn toch verder te leven. En nu heb jij zijn knie gerepareerd, omdat je het kon en dacht dat het een goed idee was.....en het je ego lekker voedde; omdat jij je behoefte om iets "goeds" te doen en daarmee een beetje waarde te veroveren, blindelings had vervuld, niet kijkend naar je diepere motieven, die waarschijnlijk helemaal niet zo schitterend waren.
Niet voor niets zegt men in de Zen dat de slag van de vleugel van de vlinder aan de ene kant van de wereld, een storm tot gevolg heeft aan de andere kant.
Ernstiger is het dat veel liefdevol gepresenteerde "nieuwe" bewustzijnsvormen en trainingen zich zeer ego-voedend opstellen: wanneer je bij onze club komt, behoor je tot de "beter /hogere" mensen, degenen die het zullen overleven als de wereld ontspoort. Wanneer je bij onze andere club komt, ontketen je ongeziene genezende krachten in jezelf en kan je alle pijn verlichten en daardoor wordt jijzelf natuurlijk heel bijzonder want jij kan dit, jij bent uitverkoren. Jij gunt jezelf dit en dan zou je wel 'ns kunnen denken dat jij beter bent dan een ander, of meer waard of toch minstens heel bijzonder en de anderen zijn eigenlijk maar sukkels, want zij hebben dit grote inzicht nog niet door. En jij leeft verder achter de sluiers die jij om je eigen hoofd hebt geweven, waarin je alleen maar je eigen illusies kan zien en de wereld vervormd waarneemt.
Niet voor niets worden de bijzondere gaven die een mens kan ontwikkelen in de loop van zijn karmische evolutie als grote uitdagingen gezien. In de Oosterse filosofieën spreekt men van de siddi's, zoals kunnen genezen, helderziendheid, over water kunnen lopen, vliegen, onzichtbaar kunnen zijn en bilokatie (op twee plaatsen tegelijkertijd kunnen zijn). Nu deze siddi's worden gezien als verraderlijke valkuilen, omdat je zo gemakkelijk zou kunnen denken dat je bijzonder bent, meer waard dan een ander, beter. Maar dat is niet zo, nog altijd heb je veel te leren en heb je veel blinde vlekken en kan je met de beste bedoelingen verschrikkelijke fouten maken, door de beperktheid van je inzicht.
Dus blijf vooral heel kritisch, naar jezelf en anderen.
Blijf goed voelen of het eerlijk is, hoe je leeft.
Vergeet nooit dat niemand het recht heeft om de waarde van een ander te bepalen en jij dus ook niet. Jij kent de waarde van de weg van de ander niet, je kan alleen maar proberen zo respectvol mogelijk met alle levende wezens om te gaan en zoveel mogelijk in de staat van liefde te blijven.
Zelfs een witte lelie werpt een zwarte schaduw, en daar is niets mis mee.
* * *
als een zoetgeurende
waterlelie,
zich koesterend in de
zon,
die met haar stengel
door het koude water
in de stinkende modder
haar voeding vindt.
Ik wens je te leven,
met de kracht
om de stok te breken,
die je slaat.
Ik wens je te leven
met de kracht
om de liefde,
die er is,
toe te laten.
Ik wens je te leven
met de vreugde
van je eigen
dwaasheid, wijsheid en
schoonheid
en dat je die
door niemand laat
afnemen.
Ik wens je vooral te
leven
op dit moment
vol-ledig,
totaal
en met de zekerheid
dat alle andere
momenten
illusies zijn.
* * *
Wensen om verder te kunnen leven:
Ik wens je kracht.
in een wereld die niet op jou zit te wachten.
Ik wens je voldoende sereniteit om door te zetten
als de wind ijskoud in je gezicht blaast
en de herinnering aan de zomerse dagen ver weg is.
Ik wens je warmte in je hart om trouw aan jezelf te blijven
en niet je liefde
af te laten hangen van de erkenning door anderen.
Ik wens je mensen om je heen die zo nu en dan falen,
zodat ook jij niet perfect hoeft te zijn
en ik wens je inzicht om dat te zien.
Ik wens je wijsheid om te zien, wanneer je moet afhaken
en wanneer je moet doorzetten.
Ik wens je een waarheid te vinden die groter is dan je gekwetste
ego.
Ik wens je een glimlach
om de dwaze heerlijke chaos van je eigen ziel te beleven.
Ik wens je de schoonheid van een sneeuwkristal,
![]() |
Glastonbury vanaf
Camelot |
Verslag van de reis naar Thailand
Elephant
tales
Wanneer je in Noord-Thailand de kleurige drukte van Chiang Mai,
met zijn kruidige geuren van slecht afgestelde motoren, wierook en curry achter
je laat en vijfenzestig kilometer naar het noorden gaat, vindt je daar het
"Elephant Nature Park" opgericht door Sangduen Chailert, of
Lek, een kleine vrouw uit de berggebieden van Thailand. Als kind leefde en
werkte zij met olifanten, die met liefde werden behandeld en het schokte haar
dan ook toen zij met de mishandelingen geconfronteerd werd die de meeste
olifanten helaas tegenwoordig moeten meemaken. De wilde olifanten zijn al bijna
uitgestorven en voor de overigen is er steeds minder werk.
Zij heeft er haar levenstaak
van gemaakt om zoveel mogelijk van deze grote vriendelijke dieren een veilige en
waardige levensruimte te bezorgen en heeft met steun van veel vrijwilligers een
vallei gekocht, waar een rivier door stroomt.
Er zijn een aantal overnachtingsmogelijkheden in het olifantenpark en ik besluit van die mogelijkheid gebruik te maken en daar een paar dagen te blijven. Ik heb nog nooit iets met olifanten gedaan, maar als beroep doe ik al twintig jaar auralezingen bij mensen.
Max, de grootste olifant van
Thailand, staat stil in de warme lucht. Rustig trekt hij met zijn slurf plukken
olifantengras uit. Zijn grote gerimpelde kop is vooral gericht op zijn eten. Hij
klopt de aarde van de wortels en propt het gras behendig in zijn mond. Insekten
zoemen om mij heen in de vochtige jungle hitte. Op een meter of tien van deze
grote onbetrouwbaar genoemde graseter stop ik. Carl, de vaste begeleider van
Max, staat een meter of twee naast mij.
Ik sluit mijn ogen en
probeer met mijn geest het bewustzijn van vijf ton olifant te voelen.
Voorzichtig tastend zoek ik hem op. Verrassend snel voel ik zijn aanwezigheid.
Is hij daar al?
"Max, wil je bij mij komen,
in mijn hoofd?"
Zijn geest komt dichterbij. Het heldere
beeld, dat ik ontvang, is een aarzelende olifant
die voorzichtig mijn denkruimte binnnen stapt.
" Ben je hier graag?",vraag
ik.
"Ja, hier is het wel
goed", komt het antwoord snel en duidelijk.
"Hier wel, maar daar bij
die mensen, dat vind ik veel te druk. Die trekken en duwen en roepen maar. Oh,
dat is zo vervelend, zo lastig, al die drukte.
Ik wordt daar zo moe van, zo moe. Soms ben
ik zooo moe".
Zijn antwoord komt in de
vorm van beelden, die hij mij laat zien, en een luide donderende stem, als een
grote gong.
(Carl bevestigt later dat Max de laatste
tijd geïrriteerd op mensen reageert, als hij bij het centrale platform komt om
de bananen te halen, die daar dan worden uitgedeeld)
"Zou je liever alleen
zijn?", vraag ik, een beeld neerzettend van een grote lege grasvlakte met Max in
het midden.
"Ja, maar dan zo (zet hij het beeld
neer) dat ik wel andere olifanten kan zien, in de buurt, niet echt alleen,
dan voel ik me eenzaam."
(Weer bevestigt Carl later
dat Max graag op zichzelf is, maar toch altijd wat in de buurt van de andere
olifanten blijft.)
"Ik zal ervoor zorgen dat je
niet meer naar de mensen toe moet gaan om je bananen te krijgen"
(Max krijgt tegenwoordig
zijn bananen los van de andere olifanten.)
Ik besluit wat dieper te
gaan.
"Herinner je je nog iets van
vroeger?"
Gelijk komt er een golf van beelden:
mensen, auto's, huizen, poten, slurven, wapperende olifantenoren, een spiraal
waarin ik bijna word meegezogen
"Ho, ho, rustig, rustig.
Laat het verleden maar. Het is voorbij. Het komt niet meer terug..."
Max kan zich er
verbazingwekkend snel van losmaken.
"Weet je dat zeker?"
"Ja, Max. Ik weet het zeker. Je mag hier altijd blijven.
Wat geweest is, is voorbij.
En het blijft zo."
"En Carl, wat vind je van
Carl?", vraag ik hem.
Een ontroerend beeld vormt
zich voor mijn geestesoog.Max die zijn grote slurf in
een innige omhelzing om Carl heenkrult.
"Zo veel hou ik van
Carl."
(Later leg ik Carl uit, dat het belangrijk is, om als hij weg moet gaan aan Max een
beeld te laten zien van weggaan, maar ook van terugkomen, zodat zijn grote
vriend daar geruster in is.)
"Max, ze zijn bezig om een
medicijn voor de ontsteking in je kaak te zoeken en later zullen ze in je mond
gaan prutsen, maar dat is om de pijn minder te maken. Kan je proberen om ze toe
te laten, zodat ze het goed kunnen doen?"
Weer is het antwoord er
vrijwel direct.
"Ik zal het proberen,
maar ik kan er niet goed tegen als ze me pijn gaan doen."
Dat kan ik me ook wel
voorstellen.
Tja, nu heb ik hier wel mooi
een verhelderend gesprek gehad met een gerimpelde vijftonner, maar is dat voor
hem ook zo geweest? Even proberen.
"Max, als je me begrepen
hebt, mag je rustig naar mij toekomen en je slurf op mijn linkerschouder
leggen."
En, oh wonder. Max komt in beweging. Grote
voet voor grote voet zettend, komt de grijze kolos op mij af. Ik voel
Carl naast mij zenuwachtig worden; hij weet niet dat ik dit aan Max gevraagd
heb. Dichter en dichter komt hij.
Rustig blijven, Ronald,
zeg ik tegen mezelf.Ik sta heel stil, met
bonzend hart.
Voet voor voet komt Max
dichterbij. Hij wappert zo nu en dan met zijn oren en maakt diepe rommelgeluiden
vanbinnen. Het uiteinde van zijn slurf draait wat in de lucht en wrijft soms met
een schurend geluid om zijn eigen slurf heen omhoog en omlaag, alsof hij niet
goed weet waar hij zijn slurf moet laten.
Carl wordt steeds
zenuwachtiger en Max voelt Carl zijn onrust en ik probeer iedereen rustig te
houden hoewel mijn hart tegen mijn ribben bonkt. Misschien had ik toch beter
iets anders gevraagd, bedenk ik mij nu.
"Blijf naar zijn aura kijken", houd ik mezelf voor, "zolang hij niet lelijk
doet, is er niets aan de hand."
Dichter en dichter komt hij. Dan staat hij
stil, iets links van mij. Zijn grote grijze kop is naar mij toegedraaid. Hij
snuift en draait wat heen en weer met zijn machtige slurf met 50.000 spieren die
met één klap al mijn ribben kunnen breken.
Ik voel hoe Max aarzelt. Hij voelt de nerveusiteit van Carl en vraagt zich af wat hij nu moet doen en of hij het wel goed begrepen heeft.
"Moet ik je nu
aanraken?"
't Is goed Max, je heb het
goed gedaan, ga maar.
En inderdaad, even later
draait hij langzaam weg en gaat weer terug naar de plaats waar hij eerder stond
te eten.
Carl staat paf.
Carl is wild enthousiast,
zeker nadat hij de rest van ons "gesprek" heeft vernomen, omdat hij daarin exact
het gedrag van zijn grote vriend herkent. Ook de andere dierenbegeleiders zijn
verwonderd en het wordt een lange avond, waarin we veel over dieren en
communicatie met beelden praten.
De volgende dag ga ik naar
Jokia, blind geworden door mishandelingen en nu weer zwanger. Vroeger heeft zij
al eens een miskraam gehad toen zij hoogzwanger in een houthakkerskamp werkte.
"Dag Jokia."
Voorzichtig komt haar
bewustzijn dichterbij, aarzelend, voelend, mijn geest proevend.
"Jokia, ben je hier
graag?"
Ja, ze doen me hier geen
pijn en er is veel eten en Mae Perm is een fijne vriendin."
"Weet je nog dingen van
vroeger?"
Verwarde beelden: trekkende
olifanten, mensen, kreten, lichtflitsen.
"Jokia, Jokia, dit is
voorbij. Dit komt nooit meer terug....
(Ik vind het heel belangrijk
dat zij snappen, dat hun lijdensweg voorbij is, omdat zij zich anders altijd
blijven afvragen of ze misschien terug worden gestuurd naar hun oude bestaan,
zodra ze sterker zijn en dat dat een heel beangstigende gedachte kan zijn om mee
te leven.)
Je mag hier blijven, altijd."
Even wachten nu. Ze kalmeert
weer snel.
Zij lijkt zich daar niet
veel zorgen om te maken.(Later wordt mij verteld dat zij één van de olifanten van het
allereerste begin is en hier dus al vrij lang verblijft.)
"Weet je dat je vroeger een
kind hebt verloren?", vraag ik, omdat ik denk dat daar iets geheeld zou kunnen
worden.
"Een kind, een kind? Ik
heb nooit een kind gehad. Je moet je vergissen." Er is spanning en
verwarring in de klank van haar stem.
"Maar vroeger dan, in het houthakkerskamp?""Daar was pijn, altijd pijn."
(Later wordt mij verteld dat haar foetus
kennelijk direct is weggeruimd, waarschijnlijk aan honden gevoerd, dat zij haar kind misschien zelfs niet
heeft gezien en dat zij gewoon heeft moeten doorwerken.)
"Laat maar, dat is voorbij,
dat komt nooit meer terug.
"Dat voelt helemaal niet goed nu. Ik ben bang. Ik ben bang voor de honden. Ik hoor overal om mij heen honden, maar ik kan ze niet zien en als ik een kleine krijg, kunnen ze 'm zo pakken en dan kan ik niets doen. En als ze dan verloren loopt, kan ik ze ook al niet vinden en zij mij ook niet en...."
"Ho, ho. Jokia. Je kindje
kan jou wel zien. Jij ziet haar niet, maar zij jou wel.
En ik zal proberen er voor
te zorgen dat er geen honden bij je in de buurt zijn, wanneer jij je kleine
krijgt, zodat jij daar gerust in bent."
"Oh, dat is goed. Dat is fijn, maar hoe
moet dat nu met Mae Perm? (De oudere olifant die meestal bij haar is.) Misschien is zij wel jaloers, dat ik een kleine heb. Misschien wil zij
wel niet meer op mij passen en hoe moet dat dan met die honden? En misschien neemt zij mij de kleine
wel af en dan kan ik ook al niets doen en....."
"Rustig, rustig."kalmeer ik
haar.
Ze kalmeert en graast weer
rustig.
Mijn aandacht gaat nu naar
hem toe en vrijwel onmiddellijk maakt ik contact.
"Hallo. Dag Hope. Kom maar
wat dichterbij."
En, bonk, 700 kilo jonge
olifant botst vrolijk tegen mij op en duwt mij bijna ondersteboven. Goed, nog
eens.
Ik probeer het nog twee
keer. En elke keer komt hij onmiddellijk naar voren, als ik hem vraag om
dichterbij te komen en botst mij zowat ondersteboven.
Dit werkt dus niet.
Carl had mij gevraagd om te kijken of ik
hem beter kon laten luisteren, omdat de jonge olifanten tot nu toe zo weinig
gehoorzaam zijn en dat dat later wel problemen kan geven.
Dus.
"Hope....?
Verontwaardigd en opstandig
valt hij mij gelijk in de rede.
Ik wil helemaal niet
praten over discipline!"
En ogenblikkelijk draait hij zich om, laat
mij zijn achterkant zien (een gedrag dat olifanten onderling ook
gebruiken om afwijzing te tonen) en loopt weg.
Het is warm en ik ben
moe.
De volgende dag ga ik naar
de volgende olifant in dit wonderlijke verhaal.
Mae Tekia, de olifant die haar mahout (de vaste begeleider) doodde, staat rustig te grazen. Afgezonderd van de andere dikhuiden ziet zij er vredig uit. Ik blijf op een meter of tien van haar staan. Rustig trekt zij plukken gras uit, klopt de aarde eraf en propt ze in haar mond.
"Mae Tekia?"
Haar aandacht is er gelijk,
met een verrassende openheid komt haar geest dichter bij de mijne. Ondanks alle
mishandelingen in haar leven, kan zij mij op deze telepatische manier toch
begroeten.
"Dag Maitekia. Hoe vind je
't hier?"
"Veel te veel bruine
mensen hier. Ze komen op hun brommers hier vlak langs rijden en wonen ook in die
huizen daar. Veel te dicht, veel te veel. Zij rijden hier maar op en neer. En ik
hou niet van bruine mensen, ik vertrouw ze niet."
"Waarom vertrouw je ze
niet?"
Ze laat verschrikkelijke beelden zien van
olifanten, andere olifanten dan haarzelf, die grote boomstammen door een
modderige jungle trekken en die door bruine mensen worden geslagen en met
ijzeren pieken gestoken om ze door te laten werken. Het ontroert mij om te zien dat haar onrust niet met
haar eigen pijn te maken heeft, maar met de mishandeling van andere
olifanten.
"Daarom vertrouw ik die
bruine mensen niet!" "Maar hier zijn toch ook
witte mensen?"
"Ja en die zijn veel te
vertrouwd met die bruine, dus je weet meer nooit..."
"Weet je dat je die mahout
van vroeger hebt gedood?"
"En jouw mahout nu? Wat vind
je daar van?"
"Ik vind dit niet leuk. Het is niet fijn om hierover
te praten, ik wordt er kwaad van en droevig."
Zij is duidelijk geïrriteerd door de
wending van ons gesprek en draait haar gat naar mij toe. Hier is weer dat duidelijke signaal, in elke taal trouwens, en ook
typische olifantentaal voor: in jou heb ik nu even geen zin.
Maar ik ben nog niet klaar
met haar en blijf rustig staan.
"Maitekia?
Dat komt nooit meer terug.
Je mag hier altijd blijven."
"Echt?"
"Ja. Zou je graag een andere
olifant bij je hebben? Als gezelschap, een vriendin?"
"Andere olifanten houden
niet van mij.", komt het verrassende antwoord.
"En ik weet trouwens ook
niet hoe ik dat moet doen, houden van, dat ken ik niet. Ik heb het nooit
geleerd. Maar gezelschap, gewoon samen, iemand in de buurt, dat lijkt me
fijn."
"Ik zal vragen of het kan.
En verder, wil je verder nog iets?"
Gelijk komt het beeld van
een afdak op vier palen, geen boom, maar een door mensen gemaakt olifanten
zonnedak.
Ze vindt het duidelijk te
warm, zo in de zon, zonder bescherming.
Later ben ik op het terrein gaan kijken en
inderdaad, helemaal aan de andere kant van de vallei staat precies zo'n zonnedak
op palen als ze mij liet zien.
Stil staan we bij elkaar.
Insecten zoemen in de hitte. Maitekia eet plukken olifantengras en ik sta te
zweten in de zon. Wat nu? Opeens denk ik: laat ik haar gewoon een healing geven.
Gewoon haar energielichaam verzorgen, zoals ik al twintig jaar bij mensen
doe.
Met mijn armen naast mijn
lichaam draai ik mijn handpalmen naar haar toe en verbind mij met haar
aura.
Ik sluit mijn ogen en begin de lagen van
haar aura te verzorgen, de ene na de andere. Na een tijdje merk ik dat ik
langzaam heen en weer begin te wiegen. Ik laat het gebeuren, volg de beweging
van het moment. Lang blijf ik bij haar emotionele laag. Eerst stroomt er een
vuile donkere brij af, na een tijdje wordt het lichter van
kleur, minder zwaar. Rustig ga ik verder met gesloten ogen, mijn handen naast
mijn lichaam met de palmen naar haar toe; vanaf een tiental meters, strelend,
verzorgend, als een helende balsem. Meer dan tien minuten gaan voorbij. De
verandering komt maar langzaam. Als ik mijn ogen open doe, zie ik tot mijn
verwondering dat Maitekia met mijn wiegende beweging meegaat, als een kind dat
gewiegd wordt door zijn moeder. Zij eet nog steeds niet en volgt perfect vanop
een afstandje de beweging van mijn lichaam en handen. Verwonderd kijk ik even,
sluit mijn ogen weer en ga rustig verder, langzaam heen en weer bewegend in de
felle zon.
Na een tijdje denk ik: "Nu
is 't wel even genoeg geweest. Ik kan zo eindeloos doorgaan, ze koestert zich in
de energie als een kat in de zon of als een kind dat onder de douche staat en er
niet vanonder wil komen. 't Is wel mooi geweest."
Gelijk komt Maetekia door: "Niet stoppen, niet stoppen, ga door, ga door."
Misschien kan ik dit op een
hoger niveau beter regelen.
Zoals je op een microscoop verschillende vergrotingen kan instellen, zo kan ik ook van waarnemingsniveau verfijnen; dus laat ik dat dan maar doen. Op het moment van verandering van energie hoor ik opeens "Hoeoeoet!!!" achter mij en zie daar een andere olifant die gefascineerd naar de healing staat te kijken en een aanmoedigingskreet slaakt.
Wonderlijk hoe deze dieren
met elkaar meeleven en hoe bewust ze zijn van elke ontmoeting en elke
verandering in energie.
Op het volgende niveau tref ik een
zilverwitte wereld aan, schitterend als een gefragmenteerde autoruit, honderden
kleine brokjes, als een voile van licht, zweven in een
hoge, fijne trilling, die ik alleen maar ken van yogi's of sjamanen.
Voorzichtige begin ik de brokstukken te verbinden tot er langzaam een vlies van
wel tien meter doorsnee ontstaat dat Maetekia omspant.
Wanneer ik klaar ben, doe ik
mijn ogen weer open en zie dan pas dat zij nog steeds niet eet en meewiegt met
mijn eigen wiegende beweging. De olifant achter mij is ook blijven kijken.
Om af te ronden maak ik een
fijn web van gouden draden dat alle olifanten daar verbindt met een centraal
hoog bewustzijn als een gouden olifant, zodat een nieuwe bewoner zich sneller
bewust zal zijn van de plek waar hij gekomen is. En ook dat hij er mag blijven,
want daar maken ze zich toch meestal de meeste zorgen over.
Langzaam wandel ik weg, diep
geraakt door de schoonheid van wat ik heb gezien. Ondanks haar trauma's, is het
bewustzijn van dit mishandelde vrouwtje van een niveau dat ik in de mensenwereld
alleen maar bij hoogingewijden aantref.
Pas een half uur later
begint zij weer te eten.
De volgende dag ga ik 'ns
bij Somboon kijken. 't Is een vrij grote, vrij dikke olifant, een mannetje. Ik
weet niets van hem. Hij staat los te grazen, niet al te ver van het centrale
platform, op een plek met veel vers olifantengras. Steeds pakt hij grote plukken
gras met zijn slurf, klopt ze schoon en propt ze in zijn mond. Hij stopt geen
moment.
"Hallo."
En weer gelijk die grote
openheid van geest, die bereidheid om te ontmoeten.
"Hallo Somboon. Hoe vind je
't hier?"
"Goed eten en lekker veel. Vooral dat."(Later hoor ik dat hij compleet ondervoed
in het park is aangekomen.)
"En de andere
olifanten?""Oh, dat gaat wel, de
meeste zijn ok."
"Weet je, je mag hier altijd
blijven. Je hoeft niet terug.""Dat is goed. Ja, dat is
goed. Het is hier rustig en lekker veel eten..."
Hij staat daar maar rustig
te grazen, een tevreden olifant.
Ik denk aan de andere
zestien en dat ik ze niet allemaal kan bezoeken.
"Zeg Somboon. Kan jij aan de
andere olifanten vertellen, dat ze hier mogen blijven? Dat ze niet bang moeten
zijn, dat ze weer weggestuurd worden."
Ik ga terug naar het
centrale platform en ik ben er nog maar net aangekomen of Somboon wandelt weg
van zijn groene weitje, waar hij al uren staat te eten. Hij stapt rechtstreeks
naar Nonamie en zijn moeder en gaat daar een tijdje bij staan, om een praatje te
maken. Weer laat hij een directe reactie op een mentaal verzoek zien.
De volgende morgen vroeg ben
ik met een diep geroerd hart vertrokken.
De dagen daarop kon ik Max
nog regelmatig op bezoek voelen komen in mijn bewustzijn.
1 dec. '04
![]() |
* * *
is
iemand anders de kracht laten om het zelf te doen
is
verbonden zijn met de ander in respect voor zijn ruimte
is
de ander de ruimte laten om fouten te maken
Loslaten
en
laten sterven als hij wil sterven
is
er zijn in liefde en vrijheid
is
de ander zo liefdevol ondersteunen dat hij vrij wordt
is
de waarheid van de ander proeven
en
daar je eigen waarheid uit destilleren
is
de ander de veiligheid bieden om te leren van zijn handelingen
is
je eigen cocktail van kwaliteiten en zwaktes omhelzen,
zodat
de anderen je niet kunnen manipuleren
is
elke dag beleven alsof het de laatste is
Loslaten
is
het verleden accepteren
als
de weg die je hebt afgelegd om hier te komen
Loslaten
is
de toekomst open laten
Ronald van de Peppel, maart '04
Tja, en zoals Osho
zegt:
"De zachtaardige zal zijn
zachtaardigheid
met hand en tand
verdedigen,
anders is het alleen maar een
sukkel
die zich laat
doen."
hoi!
|
En verder |